Ga je op vakantie naar Gambia? Doen! Gambia is een klein land in het westen van Afrika en een heerlijke plek voor je vakantie. Het is een bestemming die vooral bekend staat om zijn eeuwige winterzon en stranden, maar het kleine Afrikaanse land heeft veel meer te bieden dan alleen een strandvakantie. Het is slechts 40 kilometer breed en zo’n 250 lang en bestaat eigenlijk uit een strook langs de Gambia-rivier. Of je nou op zoek bent naar strand, natuur of het echte Afrika: Gambia zal je ongetwijfeld verrassen. In dit artikel lees je alle praktische reistips voor Gambia.

Praktische reistips voor Gambia

Na ongeveer 6 uur vliegen vanuit Amsterdam zet je voet op Gambiaanse bodem. Het kan zijn dat je een overstop moet maken op bijvoorbeeld Malaga. Voor een kort verblijf in Gambia heb je geen visum nodig. Vaccinaties en malariatabletten zijn wel nodig. Het hele jaar door is Gambia een fijne zonbestemming. In onze wintermaanden is het daar ook winter, en dan overdag gemiddeld 30 graden. Dit is de beste reistijd voor Gambia, in de zomer kan het er heet en benauwd zijn.


Wil je meer weten over een vakantie naar Gambia? Lees hier alle reisblogs over Gambia.


Vaccinaties en visum

Voor een vakantie korter dan drie maanden hoef je voor Gambia geen visum te hebben. Bij het inreizen van Gambia moet je paspoort nog minimaal zes maanden geldig zijn en moet minimaal één lege visumpagina bevatten voor een stempel van de douane. Vaccinaties voor Gambia zijn nodig. Via Tui kun je makkelijk een zonvakantie naar Gambia boeken en mensen denken hierdoor al snel dat ze net een weekje Spanje boeken. Neemt niet weg dat Gambia echt Afrika is en je risico loopt om ziek te worden. Maak ruim van te voren een afspraak met de GGD of huisarts aangesloten bij reisprik, zij weten wat je nodig hebt. Ben je aanvullend verzekerd, dan krijg je de vaccinaties vergoed. Ik heb me voor de volgende vaccinaties laten inenten:

  • Gele koorts 
  • DTP 
  • Hepatitis A 
  • Cholera stempel  (geen prik, maar wel stempel nodig)
  • Tevens slikte ik Malariapillen

Contact met de lokale bevolking

Gambia is een fantastisch land, neemt niet weg dat de bevolking arm is. Als toerist ben je er rijk. Houd daar dus rekening mee. In het binnenland zullen kinderen vrolijk naar je zwaaien en je hand vast willen houden. Je kunt iets mee nemen voor de kinderen, zoals bijvoorbeeld een voetbal. Over het algemeen zijn de mensen enorm gastvrij, zo kwamen we terecht bij iemand die speciale palmwijn voor ons tevoorschijn haalde en het ook geen probleem vond om even de boom in te klimmen.

Aan de kust zijn de meeste toerische voorzieningen te vinden. Hier heb je de bekende plaatsen als Kotu en Kololi en hier komt de lokale bevolking om werk te zoeken. Er lopen mensen over het strand die je van alles willen verkopen: fruit, massages, sierraden, noem het maar op. Op alle toeristische bestemming word je aangesproken, heb je daar geen zin in dan zul je (elke keer) vriendelijke moeten bedanken. Op de lokale markten houden de meeste mensen er niet echt van om op de foto gezet te worden. Dit kun je beter eerst vragen of iets bij ze kopen (ook onderhandelen is gebruikelijk in Gambia).

Eten en drinken in Gambia

In het binnenland leeft het overgrote deel van de mensen zelfvoorzienend, van een beetje groenten en eigen dieren. Voor datgeen dat ze overhouden en zelf niet hebben, gaan ze naar de markt. In Gambia gaan de mensen elke dag naar de markt waardoor het er altijd druk is. Het eet-moment is in Gambia een moment om samen te zijn en met elkaar te delen.

De belangrijkste producten in Gambia zijn vis, rijst, vlees, pinda’s en fruit. De drie traditionele Gambiaanse gerechten bevatten allemaal hetgeen waarvan het land veel heeft. Yassa komt oorspronkelijk uit Senegal maar wordt in Gambia net zoveel gegeten. Het is een stoofgerecht met kip of vis, en rijst. Zie je Domodaop de kaart staan dan heb je het meest populaire gerecht uit Gambia te pakken. Domoda is een gerecht waarin pinda de hoofdrol speelt. Daarnaast wordt er vlees bij geserveerd, zoete aardappel en rijst. Benachin is een flinke maaltijd met vis, rijst en tomaat.

In Gambia groeit ook de bijzondere Baobabboom. Behalve dat deze indrukwekkend is om te zien, groeien er ook gigantische vruchten aan. Uit de nootvormige vruchten kan sap gehaald worden. Deze kun je zo drinken, en vaak wordt er een romige Baobab-smoothie van gemaakt. Zo lekker! Ook van de hibiscusbloesem wordt sap gemaakt. Het fel rode drankje krijg je vaak als je ergens binnen komt. JulBrew in het lokale biertje dat gemaakt wordt in Banjul. En wist je dat ze in Gambia Palmwijn maken? Verder zie je overal op de menukaart springrolls staan welke gefrituurd zijn. Houdt er wel rekening mee dat ze vaak niet alles hebben dat op de kaart staat en dat soms de stroom uit valt en er dan ook minder is.

Geld in Gambia

Betalen in Gambia doe je met Dalasi. Honderd Dalasi is momenteel zo’n 2 euro waard, maar de koers wil nog wel eens verschuiven. Alleen in de grootste steden en toeristische plekken kun je pinnen. Dit kan bijvoorbeeld in Banjul, Serekunda en de Senegambia Strip, maar zorg dus dat je genoeg geld pint. Een Visa creditcard is sterk aan te raden in Gambia, er is maar 1 bank waar je met een Maestro pas terecht kunt (GT Bank). Per keer kun je maximaal 3000 Dalasi (ongeveer 75 euro) pinnen. Geld inwisselen in het hotel & wisselkantoortjes kan vaak ook, maar dit kost wat meer geld. Het land vond ik niet spotgoedkoop, wel veel voordeliger dan we gewend zijn in Nederland. Het ligt er ook wel een beetje aan wat je koopt. Lokale gerechten (in toeristische delen) kun je bestellen voor zo’n zeven euro, een smoothie op het strand voor zo’n drie euro. Voor de taxi en spullen van de markt wordt onderhandeld.


Lees ook: Alternatieve dingen om te doen in Gambia

Verkeer, water en electriciteit

In de meeste hotels hebben ze dezelfde stopcontacten als wij, of een stopcontact type G, hiervoor heb je een wereldstekker nodig. Het is trouwens niet ongewoon dat de stroom een paar keer uitvalt. Water is uiteraard niet drinkbaar. Koop in plaats daarvan een grote fles en vul je zelf meegebrachte fles daar telkens mee.

Door Gambia loopt een grote hoofdweg, die goed begaanbaar is. Rond de spits kan het rondom de steden vaststaan, en iedereen rijdt, loopt en fietst kriskras door elkaar. Ook kwamen we regelmatig op zandwegen terecht. Ik raad het niet aan om zelf te rijden maar een taxi met vaste gids te regelen.

Taxi en gids

In Gambia heb je twee soorten taxi’s: de gele en de groene. Welke taxi kun je het best nemen? Je bent niet de eerste reiziger die zich dat afvraagt. De groene taxi’s zijn bedoeld voor de toeristen. Deze zijn officieel geregistreerd maar ook iets duurder. Voordeel is dat je chauffeur ook direct je gids kan zijn. Wij waren een dag met zo’n chauffeur op pad en dat is ontzettend goed bevallen. Ook namen we vanaf Bakau een gewone gele taxi naar het hotel en dat was ook prima. Zo krijg je net een beetje meer het lokale leven mee. Ik raad je aan om iemand te vinden die een groene taxi heeft en deze als (vaste) gids te nemen die je op de gewenste plekken brengt. Hij wacht vaak op je of gaat mee. Het is vooral op de markten fijn om een local bij je te hebben!


Meer reistips voor Gambia

  • De beste reistijd voor Gambia is de winter; oktober tot en met april
  • Ga je naar een markt of stad, draag dan niet al te blote kleding
  • Zorg voor een klamboe en smeer je in met DEET
  • Gambia is een Engelse kolonie geweest en ze spreken de Engelse taal nog steeds
  • Het tijdsverschil met Nederland is slechts één of twee uur
  • Gambia heeft een slavernij verleden, dit is bijvoorbeeld te zien op James Island
  • Boek je vakantie naar Gambia voordelig met TUI

Lees ook: Bezienswaardigheden in Gambia

Praktische-tips-Gambia

doen-in-Gambia


One thought on “Reizen in Gambia: praktische informatie voor én tijdens je vakantie”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.